Houtskelet in productie…

In de aanloop naar de laatste week van het bouwverlof, wanneer de houtskelet geplaatst zou worden, is QBuild zeer hard aan het werk om alles op tijd klaar te krijgen.

Dit houdt onder meer in dat op de betonplaat reeds de aanzet in Yton blokken werd gemaakt.  Hierop rusten later de muren.  Wanneer PUR wordt gespoten, sluit deze mooi aan tegen de Yton en wordt de isolatielaag nergens onderbroken.

 

Een leuk neveneffect hiervan is dat je nu reeds perfect kan zien hoe groot elke ruimte wordt en waar alles exact komt.  Om het in de woorden van Deborah te zeggen: “aaaahh, nu snap ik da plannetje” Smile

Inmiddels zagen we bij QBuild ook al alle materiaal klaar staan om ons huisje mee te maken.  Best indrukwekkend als je bedenkt dat dit later een heuse woning wordt.

  

We gaan het alvast ook niet koud hebben aan de isolatie te zien!

Ook de eerste muren zijn al een feit:

P1310625P1310633P1310638P1310642

Op de achtergrond van deze laatste foto staat een opligger met muren: deze stond op moment van de foto klaar om te vertrekken richting Kilian en Mariek Smile.

Meer foto’s volgen!

Advertenties

Een kijk op ramen

Aangezien een gesloten doos ietwat donker is om in te leven, misschien ook maar eens nadenken over onze ramen.

Van wat we intussen geleerd hebben op onder meer de bouwteams cursus, dienen ramen níet alleen maar om licht door te laten.  Ze zijn immers ook belangrijk om zogenaamde “passieve zonnewinsten” te realiseren.  (Moeilijke woorden om te zeggen dat, door tactisch ramen te plaatsen, je meer zon kan binnen laten en op deze manier je huis gratis kan verwarmen zonder dat je hiermee  Electrabel rijker maakt.)  Dit begint uiteraard met de architectuur; gelukkig heeft onze architecte hier de nodige aandacht aan besteed: aan de zuidkant is er zowel boven als beneden een raampartij.

“Dus als ik mijn zuidgevel vol ramen zet, win ik daar alleen bij?”

Zo eenvoudig is het nu ook weer niet.  Een tweede factor waar je rekening mee dient te houden is deze van het risico op oververhitting.  Immers: hoe meer raam, hoe meer zon, hoe warmer – en dat geldt zeker in de zomer.  Als je woning in de zomer té warm wordt, is het niet alleen onaangenaam wonen, maar dien je mogelijk ook te koelen: energie die geld kost, daar gaat je voordeel met “gratis warmte”.  Uiteraard zijn er tal van oplossingen om dit scenario te vermijden: screens, rolluiken, luifels, …  In ons geval steekt op de zuidkant onze eerste verdieping iets uit boven het raam op het gelijkvloers: dit vormt een luifel waardoor de zon in de zomer (wanneer ze het hoogst staat) wordt afgeschermd.  In de winter, wanneer de warmtebehoefte groter is, staat de zon lager en krijgt ze weer wel de kans om binnen te komen.

Voor onze woning hebben we de indruk dat keuze van ramen ook een invloed zullen hebben op het estetische aspect; vandaar hadden we ook beslist om voor aluminium ramen te kiezen.  Aluminium ramen zijn immers vaak modern en strak – helemaal ons ding 🙂

Een recent gesprek op een beurs gaf ons echter nieuwe inzichten waardoor we nu toch zwaar twijfelen; dit omwille van twee redenen:

  • Aluminium ramen isoleren minder goed dan PVC ramen
  • PVC ramen blijken significant goedkoper te zijn dan hun aluminium broertjes

We moeten tegen niemand zeggen dat als je aan het bouwen bent, het budgetaire aspect niet onbelangrijk is: dat is bij ons niet anders.  Met de middelen die we uitsparen door de keuze voor PVC te maken, zouden we onder meer kunnen kiezen voor driedubbel glas met een U-waarde van 0,7 en een thermisch superieur raamprofiel.  (Dubbele winst: in de aankoopprijs en terwijl we er zullen wonen, aangezien het energieverbruik hiermee zal dalen.)

Hoewel er nog geen finale beslissing werd gemaakt, denken we er nu toch over om het praktische en kwalitatieve aspect (met het oog op het bekomen van een lage-energie woning) voor te laten gaan op het esthetische.  Het is uiteraard kwestie van persoonlijke smaak, maar we vinden aluminium ramen écht mooier.  🙂

Kwestie van keuzes zeker?  Het zal wellicht niet de laatste keer zijn dat we zulke overweging moeten maken.

Waarom houtskeletbouw?

We krijgen het met de paplepel ingegeven: waarom zou iemand ook een houten huisje bouwen; zelfs de drie biggetjes moesten ondervinden dat als het wat waait of er een vonkje is, het houten huisje als eerste de geest moet geven.  Toch?

Houtskeletbouw was allerminst een evidente keuze voor ons; ik herinner me nog dat we er in het begin zelfs sceptisch tegenaan keken.  (“Traditioneel bouwen is intussen toch bewezen degelijk te zijn, elke aannemer kan er mee overweg, ….”)  Dus de vraag dringt zich op: waarom dan tóch uiteindelijk geopteerd voor houtskeletbouw?

Eerst en vooral: dit is een persoonlijke voorkeur en zeker geen zwart/wit discussie.  Er is geen “beste” of “slechtste” oplossing wat bouwmethode betreft lijkt me en het zou al te gemakkelijk zijn de zaken zo voor te stellen.  (Immers kan je met Yton, traditioneelbouw, staalbouw, … ook perfect een energiezuinige woning bouwen volgens de regels van de kunst.)

De zaken die ons in het oog sprongen:

  • Snelheid van opbouw: muren van een houtskelet worden veelal op voorhand op maat klaargemaakt in een timmer-atelier, waardoor ze op de werf zelf op korte tijd in elkaar gezet kunnen worden.  (We spreken hier over dagen.)  Afhankelijk van de keuze van gevelbekleding moet er al dan niet achteraf nog voor gemetst worden, of bekleed worden met bijvoorbeel houten lattenwerk.  Metsen van de gevelsteen duurt uiteraard even lang als bij een “traditionele” woning.
  • Ruwbouw is droog: de ruwbouw van een houtskelet is droog, dit wil zeggen dat er weinig of geen bouwvocht in de muren zit en je niet dient te wachten aangezien muren van gyproc (verstevigd met OSB erachter) schilderklaar zijn.
  • Isolatie capaciteiten: de thermische eigenschappen van hout zijn uitstekend: niet alleen isoleert een houten skelet op zich beter dan baksteen of snelbouwsteen; het houten skelet wordt volledig opgevuld met isolatie zodat men typisch voor dezelfde muurdikte, meer isolatie kan steken in een houtskelet structuur dan een traditionele woning.  In de Scandinavische landen bijvoorbeeld is houtskeletbouw zowat de norm.  Bij houten constructies heb je dan ook geen “koude-straling” afkomstig van de wanden.
  • Hout is een dankbaar doe-het-zelf  materiaal voor de zaken die wel zelf zullen doen in de woning: geen breek- en slijpwerk voor de electriciteit bijvoorbeeld.  (We hebben immers een technische leidingenspouw waar alle leidingen doorlopen; occasioneel komen ze daar uit de muur waar er electriciteitspunten of schakelpunten zijn.  (Lees: met de klokboor een gaatje in de gyproc & OSB; draad eruit halen en rond “potje” plaatsen.)  Al heb ik momenteel twee linkerhanden; hopelijk helpt deze opbouw ons om toch op een relatief eenvoudige wijze het nodige zelf te realizeren.

Hmmm – dus de biggetjes waren verkeerd?

Wel ja, hout heeft uitstekende brandwerende eigenschappen en is daarom niet minder veilig dan andere materialen wat brandgevaar betreft.  Hout zal bij brand verkolen en hierdoor vormt zich een verkoolde laag  op het brandende oppervlak die op natuurlijk wijze het hout verder beschermd tegen verder branden.  (In tegenstelling tot staal bijvoorbeeld, wat bij een bepaalde temperatuur alle stevigheid en dragend vermogen verliest en wegsmelt.)  De snelheid van dit “pyrolise” process wordt beperkt door de lage thermische geleiding van hout (en nog lagere warmte-geleiding van de verkoolde laag).  Hierdoor zal het lang duren eer hout zal inboeten aan kracht.  Hoor ons bezig; hopelijk valt dit NOOIT voor 🙂

Toch “houten huisje” dus; al zal dat aan de buitenkant niet merkbaar zijn; dat is immers een gewone gevelsteen.

%d bloggers liken dit: